Onder onstuimige weersomstandigheden hebben we op zaterdagmiddag 4 oktober een ‘kleintje stallentocht’ gehouden. De groep bestond uit 17 personen: 14 leden hadden zich aangemeld plus 3 bestuursleden. Er was vooraf enige aarzeling of de stallentocht wel door zou kunnen gaan vanwege het stormachtige en regenachtige weer. Gelukkig viel de meeste regen in de nacht van vrijdag op zaterdag en was het zaterdagmiddag redelijk droog. Wel trok de wind aardig aan. Maar gelukkig zijn we niet van suiker en dus verzamelde de groep zich om 13.30 uur bij de open dag van de Swaegermieden boven Kollumerzwaag. Dat is een perceel land van de coöperatie ‘Land van Ons”, die als doel heeft de biodiversiteit en het landschap te herstellen. Daar hebben we een drietal inleidingen gevolgd: over de ontwikkeling van de weidevogels, over de geschiedenis van de streek en een inleiding van de pachter van het perceel: Renze Roorda van de Jersey Molkerij uit Veenklooster. Renze Roorda en zijn vrouw  runnen een boerderij in Veenklooster met Jersey koeien op biologische wijze. Ze pachten in de Swaegermieden het land van Land van Ons en van Staatsbosbeheer. De Jersey koeien zijn een sober ras en doen het erg goed op deze gronden. Ze geven weliswaar in liters melk gemeten minder melk dan de Friese zwart bonte koe, maar in kg vet/eiwit gemeten is het gelijk. De familie Roorda verwerkt zelf ca 15% van de melk en maakt er heerlijke zuivelproducten van (oa. volle  yoghurt, yoghurt met vruchten, vla e.d.), die ter plekke ook gekocht konden worden.(De overige 85% wordt verwerkt door Arla).Tevens verkopen ze vlees van de geslachte Jersey koeien en kalveren. In de boerderijwinkel op de boerderij in Veenklooster zijn ook nog andere producten van regionale producenten te koop, zoals honing en chocolade truffels. Volgens Renze Roorda is de wijze van boeren bepaald niet ingewikkeld, hij gebruikt geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen, bemest het land met de eigen ruige mest en heeft een lage veebezetting per hectare. Daardoor heeft hij geen stikstof en mest(afvoer)problemen. Wel zijn er regels van Staatsbosbeheer en Land van Ons, zoals maaitijdstippen en mozaïekmaaien, maar dat past Roorda prima. Er is weinig ziektedruk, doordat de Jerseykoeien ’s zomers buiten lopen hebben ze geen klauwproblemen. Alleen ’s winters staan ze in de (pot)stal. Deze wijze van boeren is een stimulans voor de weidevogels en de biodiversiteit in het gebied.

Om kwart voor drie zijn we vertrokken naar het bokkenproject van de familie Thalen/Visser aan de Mûntsegroppe in Harkema. Daar heeft Rinze Dijkstra het één en ander verteld over het gebied en de streek. Het gebied waar de bokken lopen is één van de oudste ongerepte gebieden in Nederland en zeker in Fryslân. Het gehele gebied rondom Harkema en verder is in de loop van de eeuwen ontgonnen en ontwikkeld als  landbouwgebied, alleen dit stukje is gebleven zoals het was. Althans het is niet vergraven of iets dergelijks. Het is wel op natuurlijke wijze veranderd door oa. veel stikstofneerslag a.g.v. het nabij gelegen industrieterrein, een kippenmesterij en autoverkeer. Daardoor is de oorspronkelijke heide vrijwel geheel verdwenen en zijn er veel bomen en struiken gegroeid. Om het gebied weer zoveel mogelijk in oude glorie te herstellen en de heide terug te brengen is de Spitkeet een samenwerking begonnen

binnen het subsidietraject RegioDeal N.O.-Fryslân met VMBO Aeres in Buitenpost ( de land- en tuinbouwschool) met ondersteuning van Staatsbosbeheer. Om de jonge bomen en struiken de baas te worden is het idee van een  begrazingsproject met landgeiten ontstaan. Er is vanuit de Spitkeet contact gelegd met onze club en de familie Thalen/Visser heeft in overleg met hen het bokkenproject opgezet. Daar zijn de Spitkeet en de school zeer tevreden over. In het begin ging niet alles over rozen volgens Pieter Visser. Zo bleek de afrastering niet ‘bokken-dicht’ en liepen ze regelmatig op de Mûntsegroppe of in de tuin van de ‘boze’ buurman. Ook de dwerggeiten in de buurt werden nieuwsgierig bezocht… Tevens werd de voorzitter van onze club een paar keer gebeld door een toerist die verontrust meldde dat er een geit op de Mûntsegroppe liep. (Het was een bok, maar dit terzijde). Na overleg met de Spitkeet is met vereende krachten de afrastering gerepareerd en zijn er stroomdraden aangebracht. Nu blijven de ca 10 bokken keurig binnen het terrein. Het is een mooie rustige kudde met diverse kleurslagen en variërend in leeftijd: van een half jaar tot  anderhalf jaar. Een aantal bokken zijn goedgekeurd voor het stamboek en een paar zijn nog niet gekeurd. Deze worden wel aangehouden omdat Albert, Pieter en Alwin benieuwd zijn hoe ze zich ontwikkelen.  ’s Winters worden ze bijgevoerd en de rest van het jaar krijgen ze geitenbrok en moeten ze de vegetatie op het terrein opvreten. Dat is tenslotte de bedoeling. De bewoners aan de Mûntsegroppe waarderen inmiddels  de aanwezigheid van bokken en één van de bewoners verzorgt het dagelijks verversen van het water. Ook de langskomende, vaak fietsende toeristen waarderen het erg en stellen vaak de nodige vragen als Albert of Pieter of Alwin aanwezig zijn. Kortom het project is een prachtige promotie van het landgeitenras!

Onder het ‘genot’ van een buitje hebben we ter plekke de stallentocht afgesloten met een hapje en een drankje (prima verzorgd door Janneke), staande aan een statafel in de opvangruimte, zodat de bokken de kaas- en worst niet te pakken konden krijgen. Hoewel het weer wel wat beter mee had kunnen werken, was het een zeer geslaagde en gezellige  ‘kleine stallentocht’.